RECEPT VAN DE DAG
KEUKENTERMEN

KEUKENHULP


A
aanbaksels de door het bakken aan de panbodem vastgebakken stoffen
aanlengen met koude vloeistof verdunnen
abricoteren voorzien van abrikozenmoes
afschuimen het schuim verwijderen van een vloeistof
A la op de wijzen van
A point vlees van buiten een korstje van binnen roze
aromaten smaakstoffen
aspic gelei met bepaalde smaak
au bain-marie verwarmen van stoffen door middel van warm water
au bleu pocheren van vis
B
bakken 1 in een open pan met boter/margarine of olie bij een temperatuur van ca.120gr.C. bruinen en/of garen van voedingsmiddelen
2 in een oven variërend tussen de 100 en 280gr. C. garen van voedingsmiddelen
3 het in een pan met hete olie/vet tussen de 140 en 190gr. C. garen en bruinen van voedingsmiddelen
barbecueën                                   het door stralingswarmte (van houtskool of gas) garen van voedingsmiddelen
bardere het inwikkelen van tere delen vlees om uitdroging te voorkomen
bedruipen het tijdens het bakken en/of grillen begieten van het voedingsmiddel om uitdroging te voorkomen
beslaan ergens tegen aan slaan om het elastisch te maken
beurre manie een gekneed mengsel van boter en bloem dat in kleine gedeelte aan een saus wordt toegevoegd om hem te laten binden
bien cuit doorbakken vlees
binden het dikker maken van een vloeistof door middel van maïzena of beurre manie
blancheren groenten of vlees even onderdompelen in kokend water
bleu zeer kort gebakken,alleen dicht geschroeid,vlees
blindbakken het in een taartvorm afgedekt voor bakken van deeg met een steunvulling
blussen het door toevoegen van een vloeistof oplossen van aanbaksel
bouqeut garni samen gebonden mengsel van kruiden en\of groenten voor de smaak
braiseren smoren of stoven
brideren het opbinden van vlees
broeipoot het onderste deel van de kalfspoot
bruineren het in een hete oven aanbrengen van een bruin korstje
brunoise blokjes 0,5\0,5\0,5cm
C
caisse,caissette bakje van papier,deeg of porselein. canneleren het snijden van groeven in groenten.
caquelon steelpan op spirituskomfoor om te fonduen.
casserole een pan met deksel die zowel op het vuur als in een oven gebruikt kan worden om te braden of stoven
chinois puntzeef
chinoise Chinese ruit 0,2cm. dik.
clarificeren hetzelfde als klaren,helder maken van gezeefde bouillon door er korrelig gehakt met eiwit er doorheen te kloppen.
cloche deksel op opdienschaal.
coaguleren door verhitting eiwitten laten stremmen, stollen of samen vlokken.
cocotte pan of schaal van oven- en vlambestendig porselein.
compotte moes van met weinig water gaar gekookte groente met suiker.
concassé in stukjes gesneden vruchten zoals tomaat,paprika etc.
condiment een smaakmaker die tijdens de maaltijd op tafel staat zoals mosterd,ketjap,sambal etc.
court bouillon een kruidige vloeistof voor het bereiden van vis.
croquant het verkrijgen van een knapperige buitenkant door middel van bijvoorbeeld bakken.
croûtons                                   kleine blokjes ontkorst wit brood die aan de buitenzijde bruinen krokant gebakken zijn.
D
decanteren een vloeistof voorzichtig uitschenken zodat het bezinksel achterblijft.
deglaceren het los koken van aanbaksel in een pan,dat achterblijft na het bakken, met een vloeistof.
dichtschroeien in heet vet of olie snel aanbraden van vlees.
dresseren                     het op de serveerschaal presenteren van de verschillende onderdelen van het gerecht.
duxelles een garnituur van in boter gestoofde champignons en sjalot.
E
escalope                 een plak vlees van vis,wild of gevogelte
etamine een doek die vochtig wordt gemaakt om vloeistoffen zoals bouillon te zeven
F
farce een samenstelling van fijngemalen vlees/vis/kip met kruiden en bloem of paneermeel dat dient als vulling van een groter stuk vlees/vis/wild/kip of worstvulling.
farceren het gebruik maken van de farce of te wel het vullen van het groter stuk vlees/vis/wild of kip.
fileren het met een dun buigzaam mes de graat uit een vis snijden of het in dunne plakjes snijden van vlees.
flamberen                                                  het overgieten van een gerecht met een sterk alcoholhoudende vloeistof direct voor het serveren en tijdens het serveren de alcohol in brand te steken.
fond 1 een sterk geconcentreerde vloeistof voor de bereiding van bouillon
2 het kook-,braadvocht van een gerecht dat de smaak en geur van dat gerecht heeft aangenomen.
3 het bruin van een zeer sterke jus frituren in hete olie dan wel heet vet bakken van gerechten door
  onderdompeling bij een temperatuur tussen de 150 en 190gr. C.
fruiten het in een open pan zachtjes aanbakken van groenten en kruiden onder regelmatig omscheppen.
fruits de mer mengsel van schaal- en schelpdieren,inktvis en andere vissoorten.
fumet of te wel visfond,een geconcentreerde visbouillon
G
garnituur alles wat onmisbaar is bij een bepaald soort gerecht en bij dat gerecht geconsumeerd kan worden.
geleren het oplaten stijven van een gerecht waarin gelei of gelatine is verwerkt.
glace de viande                     of te wel kalfsfond,een geconcentreerde kalfsbouillon.
glaceren het aanbrengen van een glanzend laagje op een gerecht ter verfraaiing en/of om uitdrogen te voorkomen.
gratineren het aanbrengen korstje op een gerecht doormiddel van bakken, het korstje kan zijn van kaas, paneermeel of bloem.
I
indikken door het zachtjes laten koken een vloeistof laten inkoken
inkoken                                           of te wel reduceren,door het laten verdampen van water uit een vloeistof zodat er een geconcentreerde bouillon of saus ontstaat.
J
julienne                                          het snijden van groente in het formaat van luciferhoutjes 0,2\5cm.
jus braadvocht dat verdunt is met een andere vloeistof en licht gebonden met een bindmiddel zoals bloem, allesbinder of maïzena.
K
karameliseren                                      suiker in een pan met dikke bodem verhitten tot 140gr. C. waardoor hij bruin en stroperig wordt.
klaren hetzelfde als clarificeren,helder maken van gezeefde bouillon door er korrelig gehakt met eiwit er doorheen te kloppen.
kneden het langdurig bewerken van meel met een bepaalde hoeveelheid vloeistof en indien nodig andere ingrediënten om een soepel en elastisch deeg te krijgen.
koken het verhitten van voedingsmiddelen met een vloeistof of met stoom om het bij een temperatuur van 100gr. C. te garen.
L
larderen het met een zogenaamde speknaald repen spek in een stuk vlees, of lever te brengen om de smaak te verhogen of uitdroging tijdens de bereiding te voorkomen.
liaison losgeklopte eieren / eiwit / eidooiers al dan niet met een andere vloeistof of andere ingrediënt.
loskloppen                                                                                  het met een gard rustig kloppen van een ingrediënt met of zonder een andere vloeistof zonder dat er schuim ontstaat. macereren het in aromatische vloeistof laten weken van groenten of vruchten om de smaak te versterken,of een onaangename smaak te verdrijven.
M
marineren het onderdompelen dan wel insmeren van vlees/kip/vis of wild met een zacht ¨ zure gekruide vloeistof om het weefsel mals te houden en het opsmaak te brengen.
medaillon een ronde schijf vlees/wild of vis al dan niet omwikkelt met spek van ca. 3cm. dikte.
mirepoix gefruite groente met of zonder spek wat gebruikt wordt voor soepen en sauzen.
mise en place het klaarzetten van materialen en het voorbereiden van ingrediënten om een gerecht te kunnen maken.
monteren het van het vuur af binden van een saus met boter of room.
mousse                                                        1 een mengsel van zeer fijn gemalen vlees/vis/wild of gevogelte met room of gelei dat wordt opgediend als voorgerecht.
2 een mengsel van chocolade of gepureerde vruchten met opgeklopte slagroom en stijf geslagen eiwit.
N
nagaren              het garingsproces laten voortduren na het uitzetten van het vuur.
napperen het bedekken van een gerecht met gelei of saus.
O
omscheppen                 het omhoog halen van ingrediënten die onder in liggen bv. tijdens het fruiten van groenten.
opkloppen het stijf slaan van eiwit met of zonder toevoeging van andere stoffen.
P
paneren het gerecht voor het bakken voorzien van een laagje gedroogd broodkruim (paneermeel) voor een krokante buitenzijde,uitdroging te voorkomen of het gerecht tijdens bereiding bij èèn te houden.
pareren                                                                1 het afval verwijderen van een gerecht.
2 overtollige delen van een ingrediënt halen.
3 het in de juiste of een mooiere vorm snijden van een ingrediënt.
parures een mengsel van kruiden die gebruikt worden om bouillon te maken
passeren het zeven van een soep of saus door een chinois of etamine.
passevite of te wel moeszeef,een zeef met een mechanisme om vruchten al dan niet gaar gekookt door de zeef te drukken.
pasteuriseren doormiddel van verhitting,tussen de 70 en 90gr. C., een voedingsmiddel langer houdbaar maken.
pocheren het garen van een voedingsmiddel in een vloeistof,al dan niet gekruid, bij een temperatuur net onder de 100gr.C..
pureren het fijn maken van een voedingsmiddel,alleen of met meerdere ingrediënten,tot een moes.
plicheren het ontvellen van vruchten doormiddel van warmte.
R
ragout een gerecht van zeer dik gebonden saus met kleine stukjes vlees / wild / vis of gevogelte.
rare of te wel saignant,een zeer kort gebakken vlees dat nog bloederig is van binnen.
rechaud een warm houdplaat voor het warm houden van gerechten.
reduceren of te wel inkoken,door het laten verdampen van water uit een vloeistof zodat er een geconcentreerde bouillon of saus ontstaat. rijzen doormiddel van een gistingsmiddel lucht brengen in een gerecht die op zijn beurt weer uitzet als het verwarmt wordt.
roerbakken of te wel sauteren,op een hoog vuur onder voortdurend in beweging houden van het te bakken gerecht,door de hoge temperatuur is het voedingsmiddel sneller op kleur en gaar.
roerzeef of te wel passevite,een zeef met een mechanisme om vruchten al dan niet gaar gekookt door de zeef te drukken.
roken                                                                                       1 van oudsher een gebruik om vlees/vis of wild door uitdroging langer houdbaar te maken,meestal is het voedingsmiddel van te voren gezouten, het geeft een extra smaak aan het gerecht, in deze vorm wordt er gebruik gemaakt van koude rook.
2 ook wordt het tegenwoordig gebruikt om aan een voedingsmiddel een extra smaak te geven en het te garen,hierbij wordt er gebruik gemaakt van warme rook.
römertopf of te wel Romeinse ovenschotel,een schaal met deksel van ovenvast poreus aardewerk die voor gebruik onder gedompeld dient te worden in koud water zodat hij zich kan volzuigen met water, wat de schaal gebruikt om het gerecht te garen.
roosteren of te wel barbecueën,het door stralingswarmte (van houtskool of gas) garen van voedingsmiddelen.
roux basis voor ragout en gebonden sauzen,bestaat uit een zelfde gewicht aan bloem en boter naar gelang van duur van verhitting een lichte(kort) of en donkere(lang) roux.
S
saignant of te wel rare,een zeer kort gebakken vlees dat nog bloederig is van binnen.
sauteren of te wel roerbakken,op een hoog vuur onder voortdurend in beweging houden van het te bakken gerecht,door de hoge temperatuur is het voedingsmiddel sneller op kleur en gaar.
smoren in een gesloten pan op een laag vuur met weinig boter of olie laten garen van een voedingsmiddel of met een römertopf garen in een oven.
souffleren bij een temperatuur van 200gr.C.laten rijzen van een soufflé( gerecht met een grote hoeveelheid opgeklopt eiwit).
steriliseren bij een temperatuur boven de 100gr.C. en onder druk verhitten van een voedingsmiddel om het langer houdbaar te maken.
steunvulling een massa van stevig massa zoals aardappelen of peulvruchten om een deeg tijdens het bakken op zijn plek te houden.
stomen het garen van voedingsmiddelen met waterdamp bij een temperatuur van meer dan 100gr.C.
stoven                                                              1 het kort naverwarmen op een laag vuur van reeds afgegoten en gare groente met boter.
2 in een gesloten pan op een laag vuur garen van een voedingsmiddel in een mengsel van een aromatische vloeistof (bouillon) en vet.
sudderen het bij een temperatuur van om en nabij de 100gr. C. langzaam gaar laten worden van een voedingsmiddel.
T
tamis een zeer fijne zeef een echte is gemaakt van paardehaar.
terrine                                               1 een speciale schaal voor het opdienen van soep.
2 paté en de schaal waarin hij bereid is.
timbaal een kommetje om gerechten in voor te bereiden.
toque koksmuts.
trancheren het in plakken of schijven snijden van ingrediënten.
trekken het op een klein vuur langzaam tegen het kookpunt aan brengen van een vloeistof met aromatische bestanddelen in en gesloten pan.
tremperen het drenken of besprenkelen van een nagerecht met een alcoholhoudende sterk smakende drank.
trifle een Engels nagerecht
V
verjus                      het sap van onrijpe druiven dat in de plaats van azijn gebruikt kan worden.
vinaigrette een saus die bereid is met azijn en gebruikt wordt bij salades.
W
wadjan of te wel wok,grote pan met bolle bodem om de warmte beter te verdelen,is uitstekend geschikt om te roerbakken (sauteren).
wellen                                             1 weken van gedroogde ingrediënten in een vloeistof al voor of tijdens het koken.
2 bij gesmolten boter(gewelde) doormiddel van roeren er water inbrengen.
wok of te wel wadjan,grote pan met bolle bodem om de warmte beter te verdelen,is uitstekend geschikt om te roerbakken(sauteren).
Z
zeste                           het geraspte gekleurde buitenste schil van sinaasappel of citroen.
zesteur speciale rasp om dunne en smalle reepjes citroen- of sinaasappelschil te trekken.




Volg ons ook op facebook:
RECEPT VAN DE DAG OP FACEBOOK

recepy of the day index

for everyday music Dutch Broadcast Radio


design DBN